Boek Nederlands

De laatste zomer in de stad

De laatste zomer in de stad

Genre:
Loser Leo Gazzara leeft in Rome op de 'kliekjes' van anderen: rotbaantjes, een geleend flatje, de afgedankte vriendinnen, maar dan wordt hij verliefd op de verknipte Arianna, waarmee zijn poging tot afzijdig blijven in gevaar komt.
Onderwerp
Rome Relaties
Titel
De laatste zomer in de stad
Auteur
Gianfranco Calligarich
Vertaler
Els Van der Pluijm
Taal
Nederlands
Oorspr. taal
Italiaans
Oorspr. titel
L'ultima estate in città
Uitgever
Amsterdam: Wereldbibliotheek, © 2020
175 p.
ISBN
9789028450196 (paperback)

Besprekingen

De ondraaglijke lichtheid van la dolce vita

Dit verrukkelijk mistroostige romandebuut doet aan Fellini en Moravia denken. Eindelijk ook in het Nederlands.

Het gebeurt niet alle dagen dat er een vergeten meesterwerkje onder het stof vandaan wordt gehaald, maar De laatste zomer in de stad is ontegenzeglijk een van die zeldzame parels. De debuutroman van ­Gianfranco Calligarich werd in 1973 bijzonder lovend ontvangen en verkocht als een trein, maar verdween vervolgens van de boekenmarkt. Sindsdien gold het als een geheimtip voor literaire fijnproevers.

Het duurde maar liefst veertig jaar voor het werd herontdekt, heruitgegeven en opgepikt door buitenlandse uitgeverijen. De Nederlandse vertaling ligt sinds kort in de boekhandel en dat is maar goed ook, want het is een verrukkelijk weemoedige en mistroostige roman.

Society

De laatste zomer in de stad doet onweerstaanbaar denken aan La dolce vita van ­Federico Fellini, de legendarische film uit 1960 waarin societyjournalist Marcello het Romeinse nachtleven onveilig maakt. Leo Gazzarra, de antiheld van Calligarich, behoort tot dezelfde beroepsgroep, maar doolt e…Lees verder

Na de eerste druk van deze ‘loser’-roman in 1973 gaven Italiaanse lezers het bijna veertig jaar lang aan elkaar door totdat dit cult-boek rond 2010 werd ‘herontdekt’ en heruitgegeven. Nu voor het eerst in het Nederlands vertaald, als enige roman van deze auteur (1947). De charme ervan draait om het levensgevoel van het rebelse deel van de generatie die rond 1970 in metropolen opgroeide, zich niet wilde settelen (afstuderen, trouwen) en heel intens in de politiek of, zoals in deze roman, in de liefde geloofde. Hoofdpersoon Leo Gazzara wil ook niet deugen, verhuist (zoals de auteur deed) van de financiële hoofdstad Milaan naar het meer artistieke en lichtzinnige Rome. Hij drinkt, lijdt honger, woont in hotels, maar dankzij zijn kennis van grote literatuur heeft hij vrienden in de Romeinse middenklasse, mensen die volop hebben geprofiteerd van het naoorlogse Wirtschaftswunder. Leo heeft het gevoel dat voor dertigers zoals hij alleen nog de ‘kliekjes’ van die periode overblijven: rotbaant…Lees verder