De rode vogel
×
De rode vogel
Nederlands
2003
Vanaf 3-5 jaar
Mattias en Anna, twee arme weeskinderen, wonen en werken in erbarmelijke omstandigheden bij een boer. Ze kijken uit naar de winter, want dan mogen ze naar school. Op een ijskoude dag lopen ze naar huis en zien een rode vogel. Ze besluiten hem te volgen.

Leeswelp

De rode vogel verscheen oorspronkelijk in 1959, het werd in het Nederlands eerder opgenomen in de verzamelbundel Alle verhalen van Astrid Lindgren uit 1992. De rode vogel is een van de kortverhalen waarin Astrid Lindgren enkele van haar favoriete thema's bij elkaar bracht: er is enerzijds de grauwe, armoedige wereld van de weesjes Mattias en Anna en anderzijds de prachtige, paradijselijke wereld achter de poort in de Zonneweide.

Voor deze nieuwe uitgave herbekeek Rita Törnqvist-Verschuur haar eerdere vertaling. De aanpassingen die ze maakte zijn een enkele keer getrouwer aan de brontekst, maar doorgaans werd vooral de Nederlandse tekst wat gemoderniseerd. Zo werd het wat ouderwetse "God betere't" van de boer uit Mira veranderd in "o wee".

Dit verhaal speelt zich af "langgeleden in de dagen van de armoede" en concentreert zich op de kinderen Mattias en Anna die "alleen op de wereld waren achtergebleven". De boer uit Mira neemt hen in huis, maar enkel omdat hun kinderhanden de koeien kunnen melken en de ossenstal uitmesten. Hun leven is ontzettend armoedig, grauw en uitzichtloos. Anna uit meermaals de wens dat ze dood wilde zijn. Wanneer ze in de winter door de bittere kou van school komen, zien ze plotseling een vuurrode vogel. Wanneer ze hem volgen, komen ze in een prachtige, warme, paradijselijke wereld terecht. Een wereld vol kleurrijke, spelende kinderen, en een liefdevolle Moeder die voor iedereen pannenkoeken en brood bakt. De poort naar deze wereld staat altijd open, want als zij gesloten wordt, kan zij nooit meer open, en kan je nooit meer terug naar de andere wereld. Uiteindelijk nemen Mattias en Anna een moedig besluit...

Deze thematiek van de dualistische werelden van armoede en geluk, van goed en kwaad, van de aarde en het paradijs heeft Lindgren gebruikt in heel wat van haar kortverhalen en later ook in enkele romans. Denken we maar aan Jonker Niels van Eka, Malin, De schapen van Kapela of De gebroeders Leeuwenhart. Marit Törnqvist, die eerder al het in prentenboek uitgegeven kortverhaal In Schemerland illustreerde, weet met haar dromerige prenten perfect de twee werelden in beeld te brengen. Zo zijn de prenten bij de boer in Mira heel bruin en heel grijs, de kindergezichtjes heel bleek. Dit steekt schril af bij het stralende geelgroen van de Zonneweide, waar gezond blozende kindertjes in fel rode kleertjes spelen. Een droomboek, in alle opzichten. [Karin Van Camp]

NBD Biblion

Hannie Humme
Mattias en Anna zijn wees en wonen bij een boer. Elke dag is het hard werken en weinig eten. Anna geeft bijna de moed op maar in de winter mogen ze naar school. Als het zover is, achtervolgt ook daar de armoede hen. Anna beseft dat school niets goedmaakt en ze wil niet meer leven. Dan vliegt er plots een rode vogel door het bos die voor hen uitvliegt. Anna en Mattias volgen en vinden de verscholen deur naar de Zonneweide waar kinderen mogen spelen en genoeg te eten krijgen. Uit angst gaan de kinderen terug naar de boer. Tot de laatste schooldag komen ze naar Zonneweide. Dan vraagt Anna waarom de deur niet dicht zit waarna ze die samen aan de binnenkant sluiten. Dit sprookje doet denken aan 'Het meisje met de zwavelstokjes' en 'De weg naar Shangrila'. Intens voel je mee met Anna die niet meer wil en met de wanhoop van Mattias. Anna is ouwelijk geworden maar mag in de Zonneweide weer kind zijn. De armoede is het sterkst verwoord in de koude aardappelen die de kinderen iedere dag te eten krijgen. De rode vogel is een wegwijzer, een houvast. Het schitterende kleurgebruik in de illustraties, van grauw naar lentegroen, beeldt de lading van alle emoties uit die dit verhaal oproepen. Een bijzondere prentvertelling voor kinderen vanaf ca. 6 jaar.